De muntwaardecode
 Maanstof

Startpagina

Inhoudsopgave

Artikelen

 
De muntwaardecode (MWC) van de Nederlandse munt.

De Nederlandse munten met de beeltenis van Beatrix en profil zijn aan de zogenaamde muntkant voorzien van de MWC, de muntwaardecode. De voorzijde van een munt meestal met een beeldenaar wordt de kruiskant genoemd, de keerzijde de muntkant. Velen menen dat de streepjes en vakjes een hulpmiddel zijn voor blinden om de munten uit elkaar te houden, maar de ontwerper - Bruno Ninaber van Eyben - had een geheel ander doel voor ogen. 'Als de door mij ontworpen munten over pakweg 3000 jaar gevonden worden', zo bedacht hij, 'moet die naar verwachting geheel andere beschaving met waarschijnlijk een ander letter- en cijferschrift in staat zijn aan de hand van mijn MWC de waarde van de munten ten opzichte van elkaar te reconstrueren'.

De ontwerper ging er vanuit dat onze nazaten na het vinden en bekijken van onze munten als volgt zouden redeneren. Dimensie kan visueel worden weergegeven door lijnen: verticale lijnen (de hoogte) is 1 dimensie, samen met horizontale (de breedte) 2 dimensies en daaraan lijnen overdwars (de diepte) toegevoegd is de derde dimensie. De exponent van een getal of maat, het tweetje bij 3 of 3 m, geeft ook een dimensie aan: 3 is 3 X 3 en 3 m is 3 meter lang en 3 meter breed. Bovendien zouden de vinders inschatten dat wij het decimale stelsel gebruikten. Het decoderen gaat dan zo:

Het dubbeltje heeft slechts verticale lijnen en dat geeft n dimensie aan. Tien verheven tot de macht n geeft weer tien. Het vakje over de lijnen duidt aan dat het een compleet tiencentstuk is. Dit vakje is bij de stuiver in tween gedeeld en moet dus de helft van het dubbeltje zijn.

  

Voor de gulden en het kwartje geldt een ongeveer gelijk verhaal. We zien nu twee dimensies omdat hier zowel horizontale als verticale lijnen zijn. Het vakje in het kwartje in in vieren gedeeld. De uitleg staat in het plaatje.

 
 
 
 
 
Ten slotte de rijksdaalder en de munt van 5 gulden met een drie-lijnen-spel. Het missen van het tientje als munt zal voor de intelligente wezens na ons geen probleem zijn om de riks en het vijfje te decoderen. Een volhouder zal blijven zoeken naar het tientje en vindt misschien bij toeval dat ene muntje van 10 gulden dat de ontwerper naar alle waarschijnlijkheid voor eigen rekening heeft laten slaan.


Gouda, 7 maart 1993

 

12/2-2005