pijpenmakerij Carpe Lunam

| Wegwijs | Van toen tot nu | Pijpenoogst | Pijpenmaken | Pijppraat | Archief |

Kleipijpen maken 
Uit Engeland, Keulen, Luik of Rouen wordt witbakkende klei geïmporteerd. De klei wordt geweekt, waardoor verontreiniging wegzakt en het mengsel besterft (zoken).
Na tweemaal malen gaat de klei in broodjes naar de pijpenmakerij.
De pijpenmaker rolt van een klompje klei de basisvorm van de pijp en wel zodanig dat het past in de pijpenmal. Eerst de klei flink in de hand kneden, vervolgens een ronde bal maken, daarna een kegel. Dan op de werktafel eerst met één hand en vervolgens met twee handen heen en weer rollen zodat een dik gedeelte en een steel ontstaat. Het resulaat is een sliert met een dikke bovenkant voor de ketel en en een steel die pas in de mal.
De rollen blijven enige tijd liggen om stevig te worden. Het is afhankelijk van het weer: bij droge lucht gaat het sneller en dan is het beter de gerolde voorvormen af te dekken met een stukje plastic. Een test om te zien of met de 'rol' verder gewerkt kan worden, is deze op te pakken bij het dikke gedeelte en horizontaal te houden. Buigt de steel nog om dan moet nog worden gewacht. 
De pijpenmaker brengt met de weijer - van het Engelse 'wire', een ijzeren naald of pen - het rookkanaal in de steel van de pijp aan tot net iets voor wat de kop van de pijp (ketel) moet worden. De pen wordt niet in de klei gestoken, maar de klei wordt over de pen heen geschoven. De weijer wordt van te voren met naaimachineolie ingevet. Als hulpmiddel wordt de rolgoot gebruikt, een houten bouwsel waarop de rol wordt gelegd en vandaar op de pen wordt geschoven. 
De ruw gevormde pijp wordt samen met de weijer in een met olie ingevette pijpenmal gelegd, de mal wordt dichtgeklapt en in een bankschroef gezet. Tegelijk met het aandraaien van de bankschroef wordt de klei in de kop aangedrukt.
In de opening van de pijpenmal wordt een taps toelopende metalen vorm (de stopper) gedreven om via herhaald gestomp de pijpenkop te vormen. De stopper wordt van te voren ook weer geolied
De weijer wordt verder tot in de pijpenkop geduwd. Is hij niet te zien dan met behulp van een pennetje wat klei onderin de pijpenkop wegkrabben. De weijer in die vooruitgeschoven toestand laten zitten als de pijp uit de mal wordt gehaald.
De pijpenmal wordt opengeklapt, de pijp wordt er voorzichtig uitgehaald en op de rolgoot gelegd. De naden van de steel worden van overbodig klei ontdaan met behulp van het schenkertje, waarna de weijer er voorzichtig wordt uitgetrokken.  
Nadat ze wat zijn gedroogd en iets steviger aanvoelen (leerhard), worden de bovenranden van de ketel en het mondstuk met een scherp mesje bijgesneden. Eventuele oneffenheden op de ketel kunnen dan ook worden bijgewerkt.
Het drogen gebeurt in houten droogbakken. Dat is een bak met sleuven waarin de stelen worden gelegd, zodat ze niet krom trekken.
Als de pijpen wit zijn opgedroogd, kunnen ze met een nat kwastje worden bijgewerkt.
De pijpen gaan na een weekje drogen de oven in; die met lange stelen worden in potten in de oven geplaatst. Pijpen waarmee kan worden gerookt, moeten worden gebakken bij een temperatuur van maximaal 950º Celsius. Bakken bij een hogere temperatuur heeft tot gevolg dat de pijp sterker wordt, maar minder poreus en dus geen vocht en warmte opneemt.

De souvenirpijpjes van de Waag worden gebakken tot maximaal 1050º C. Deze temperatuur wordt op de oven ingesteld en het bakken begint. De stijging van de temperatuur is ongeveer 100º C per uur. Na zo'n tien uur is dan de gewenste temperatuur bereikt en begint het afkoelen. Na anderhalve dag kan de oven weer worden geopend en zijn de pijpen 'biscuit' gebakken. Overigens zal het bakken met een andere type oven een afwijkende tijdschema opleveren.
Daarna eventueel beschilderen en glazuren.

Beschilderen:
Voor het beschilderen wordt plateelverf gebruikt. Daarna weer bakken bij 1050º C.

Glazuren:
Glazuur over de pijp gieten, opening van de ketel naar beneden houden. Daarbij wordt een spijker met aan 't uiteinde een stuk kurk gebruikt. De spijker steekt men in het rookkanaal bij het mondstruk en aan de kurk wordt de pijp tijdens het glazuren vastgehouden. Daarna weer bakken met een temperatuur afhankelijk van het gebruikte glazuur.
 

28/11-2009